De positieve discriminatie van de Négritude beweging (1/3)

Marije Verhoef

Deel I: De positieve discriminatie van de négritude beweging 

Positieve discriminatie is een van de manieren waarop we diversiteit kunnen stimuleren op plaatsen waar het nog niet zo divers is. We discrimineren positief wanneer we bijvoorbeeld tijdens een sollicitatieprocedure bij gelijke geschiktheid van kandidaten een bepaalde bevolkingsgroep bevoorrechten in onze keuze voor een kandidaat. Dit klinkt misschien vooruitstrevend, maar positieve discriminatie heeft ook een negatieve bijklank; het blijft immers discriminatie. Het kan in de praktijk verkeerd uitpakken en tot pijnlijke situaties leiden, bijvoorbeeld wanneer er bij een sollicitatiegesprek toch meer naar kleur dan naar individuele kwaliteiten wordt gekeken puur met het doel om een team ‘divers’ te maken. Er is op dat moment te weinig of geen aandacht voor het individu. Het individu wordt verward met een groep waartoe hij of zij zou behoren. Ondanks de nadelen kan positieve discriminatie wel doeltreffend zijn, omdat het een emanciperende werking heeft. De négritude beweging uit de jaren 30 van de vorige eeuw is daar een voorbeeld van.  

De poëzie van de négritude beweging 

De négritude beweging was een Franstalige ideologische en literaire beweging die werd ontwikkeld door zwarte schrijvers, intellectuelen en politici in de jaren dertig van de vorige eeuw. Dit gebeurde vanuit Parijs. Afrikaanse studenten afkomstig uit verschillende Franse koloniën leerden elkaar in deze stad kennen. Belangrijke oprichters van de négritude beweging zijn Léopold Sengor, Léon Damas en Aimé Césaire. Voorvechters van deze beweging streden voor emancipatie van de zwarte bevolking in de Franse Overzeese Gebiedsdelen en Frankrijk. Ze waren onder andere geïnspireerd door zwarte Amerikaanse dichters als Claude Mackay en Langston Hughes. In 1934 richtten Sengor, Damas en Césaire het literaire tijdschrift L'Étudiant Noir (‘De Zwarte Student’) op. Hierin verschenen recensies op gedichten, dichtbundels en boeken van zwarte schrijvers. Een belangrijk standpunt van de négritude beweging was dat schrijvers die deze stroming aanhingen zichzelf definiëerden in termen van hun culturele, raciale en historische banden met het Afrikaanse continent.

In gedichten werd het stereotype beeld van de zwarte Afrikaanse mens benadrukt, verheerlijkt en de koloniale onderdrukking werd bestreden. Intercultureel literatuurwetenschapper Mineke Schipper heeft in ‘Jeugd en Cultuur. Maandblad voor studerende jongeren’ (1974) de négritude in drie thema’s onderscheiden. Zij sprak over de lijdende négritude, de agressieve négritude en de zichzelf verheerlijkende négritude. De gedichten van de lijdende négritude hadden als thema: het lijden van de zwarte mens wat is veroorzaakt door de witte mens. De agressieve négritude was gericht op de zwarte mens die in opstand komt. Het woord is hier het wapen van de dichter waarmee hij rassenongelijkheid en eeuwen van onderdrukking probeert te beëindigen. Dan heb je de zichzelf verheerlijkende négritude. Hiermee probeerde de zwarte dichters hun verloren identiteit terug te winnen. Ze verwezen hierbij naar Afrika als het verloren paradijs waar de afrikanen gelukkig waren, voordat de witte mens er voet aan de grond zette. Het zwart zijn werd met trots bezongen. Een voorbeeld van zo’n gedicht is ‘Black label’ van Léon Damas (1912-1978):

‘Nooit zal de blanke zwart zijn
want de schoonheid is zwart
en zwart de wijsheid
want de lijdzaamheid is zwart
en zwart de moed
want het geduld is zwart
en zwart de zelfspot
want de charme is zwart
en zwart de toverkracht
want de liefde is zwart
en zwart de allure
want de dans is zwart
en zwart het ritme
want de kunst is zwart
en zwart de beweging
want de lach is zwart
want de vreugde is zwart
want de vrede is zwart
want het leven is zwart
WEET JE HET NOG?’

Négritude en positieve discriminatie

Wat heeft négritude precies met positieve discriminatie te maken? Filosoof Jean-Paul Sartre beschreef de poëzie van de négritude beweging als een ‘antiracistisch racisme’. Dit deed hij in zijn essay Orphée Noir (Black Orpheus, 1948). Volgens Sartre proberen de schrijvers van de négritude beweging hun eigen onderdrukte identiteit terug te winnen door hun Afrikaanse roots in de teksten te benadrukken. Volgens Sartre was dit racisme een middel van de schrijvers om antiracisme te bewerkstelligen. 

Meester-slaaf dialectiek

Sartre geeft in Orphée Noir het belang aan van het antiracistisch racisme van de négritude beweging. Volgens hem is het noodzakelijk om als zwarte mens de onderdrukte identiteit terug te winnen in de weg naar een gelijkwaardige samenleving. Hij is hierin geïnspireerd door de meester-slaaf dialectiek van filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel. Deze dialectiek gaat ervan uit dat er sinds het begin van de geschiedenis altijd een interactie tussen individuen en groepen is geweest met aan de ene kant mensen in een dominerende en aan de andere kant een gedomineerde rol; een interactie tussen een meester en een slaaf. De meester ontkent de verlangens van de slaaf, domineert de slaaf en de slaaf moet afstand doen van zijn verlangens. Vervolgens kan de slaaf geen eigen blik van zelfbewustzijn meer creëren, maar neemt de blik van bewustzijn van de meester over en neemt zichzelf daarin ook waar als slaaf. Hij kan hierbij dus niet meer vanuit zijn eigen blik met waardigheid naar de meester terugkijken. Hij is onderdrukt.

Négritude als voorbereiding op een gelijkwaardige fase

Sartre benadrukt in zijn bespreking van de négritude beweging het thema van de blik van zelfbewustzijn, wanneer hij in het begin van Orphée Noir schrijft dat de zwarte mens rechtop staat, terugkijkt en dat hij hoopt dat jij als witte lezer net als Sartre zelf de schok van het ‘gezien worden’ door de zwarte mens kan voelen. De witte mens had al die tijd de blik van de onderdrukkende meester gehad, maar dat is veranderd schrijft Sartre. De zwarte mens kijkt terug en herwint hiermee zijn kracht. Dit herwinnen van kracht en van een eigen identiteit is wat centraal staat in het antiracistische-racisme van de négritude beweging en het is volgens Sartre zelfs een noodzakelijke fase in een emancipatieproces. Het negatieve stereotype beeld moest allereerst worden omgevormd tot een positief beeld, voordat er sprake zou kunnen zijn van een gelijkwaardige verhouding tussen zwarte en witte mensen.

Wat we zien bij het antiracistische racisme van de négritude beweging is dat perspectief een belangrijke rol speelt. In de négritude beweging waren zwarte schrijvers volgens Sartre racistisch ten aanzien van hun eigen identiteit in relatie tot de witte mens om hun identiteit hiermee van kracht te voorzien en positief te herdefiniëren. Het positieve racisme vond dus plaats vanuit het eigen perspectief. De zwarte schrijvers schreven vanuit hun eigen gedachten, gevoelens en ervaringen en hun Afrikaanse herkomst en Franse opleiding was iets wat hen verbond en waar ze zich tegelijkertijd ook als individuen toe verhielden. 

Wie zegt wat?

Sartre heeft ook kritiek gekregen op zijn duiding van de négritude beweging. De psychiater, filosoof en schrijver Franz Fanon die zelf ook onderdeel was van de négritude beweging kaartte aan dat hij zich door de duiding van Sartre niet vrij voelde in zijn négritude. Hij vond dat Sartre zijn négritude van hem had afgenomen. Door de négritude als een noodzakelijke fase in een emancipatoir proces te duiden kon Fanon zijn négritude niet meer vanuit zijn eigen vrijheid ervaren. Hij voelde zich gevangen in zijn négritude.

Bestaat ‘positief’ discrimineren eigenlijk wel?

Dit doet de vraag rijzen hoe ‘positief’ positief discrimineren dan eigenlijk is. Zowel als zwarte en witte mens zit je vast in een racistisch gedachtegoed, wanneer je positief discrimineert. Franz Fanon maakt dit inzichtelijk in zijn boek Peau noire, masques blancs(Zwarte huid, witte maskers, 1952). In het volgende artikel wordt hier dieper op ingegaan. In dit boek omschrijft hij zijn ervaring als zwarte mens en de moeilijkheid om zichzelf als een vrij individu waar te nemen. Fanon was in zijn négritude op zoek naar verzoening tussen de zwarte en witte mens. Hij was op zoek naar de mens achter het (witte) masker.

  1. Fanon, Frantz (1952), Black Skin, White Masks, hoofdstuk 5 (The Lived Experience of the Black). In: R. Bernasconi (ed.) (2001) Race (Oxford: Blackwell Publishers), 184-201.
  2. Fanon, Franz. Zwarte huid, witte maskers. Vertaald door Jeanne Holierhoek. Amsterdam: Octavo publicaties, 2018.
  3. Grâce Ndjako “Fanon: gevangen in de witte blik.” Mei 2019/ geraadpleegd op: 20-02-21. - https://www.nederlandseboekengids.com/20190916-grace-ndjako/
  4. Piet Devos. "Met en tegen ‘het masker van woorden’. De antikoloniale poëtica van Aimé Césaire." Geraadpleegd op: 05-04-2021. https://tijdschriftterras.nl/cesaire/
  5. Sartre, Jean-Paul. (1948), Black Orpheus. In: R. Bernasconi (ed.) (2001) Race (Oxford: Blackwell Publishers), 115-142.
  6. Sartre, Jean-Paul. Critique of Dialectical Reason: I Theory of Practical Ensenbles. Vertaald door Alan Sheridan-Smith. London: NLB, 1978.
  7. Schipper, Mineke. "De ideologie van de négritude in de afrikaanse poezie." Jeugd en Cultuur. Maandblad voor studerende jongeren, (1974): 145-158. Geraadpleegd op 10-04-202. https://scholarlypublications.universiteitleiden.nl/access/item%3A2856019/view.

1. Deel I: De positieve discriminatie van de négritude beweging
2. De poëzie van de négritude beweging.
3. Négritude en positieve discriminatie.
4. Meester-slaaf dialectiek
5. Négritude als voorbereiding op een gelijkwaardige fase
6. Wie zegt wat?
7. Bestaat ‘positief’ discrimineren eigenlijk wel?

Alle thema's en niveau's

FilosofischAntiracisme
Leestijd
20
min